Soms krijg ik de vraag waarom de band tussen mijn zus en mij nooit echt hecht is geworden. Het eerlijke antwoord is dat daar geen moment voor aan te wijzen is. Geen ruzie. Geen vakantie. Geen gebeurtenis die alles veranderde. Het is een verhaal dat al begon toen wij nog kinderen waren.
We groeiden op in hetzelfde huis, maar ik heb vaak het gevoel gehad dat we in twee verschillende werelden leefden.

Mijn jeugd werd voor een groot deel bepaald door een vader die niet alleen weinig oog voor mij had, maar ook gewelddadig was. Niet alleen tegen mij, maar ook tegen mijn moeder. Ik herinner mij de geur van whisky, kapotgeslagen serviezen en de spanning die in huis hing. Als kind probeerde ik mijn zus daar zoveel mogelijk buiten te houden. Wanneer het beneden escaleerde, zorgde ik ervoor dat zij boven bleef.
Ik werd niet gevraagd om de oudste te zijn.
Ik werd het.
Ik was het sleutelkind. Ik zorgde voor mijn zus. Ik nam beslissingen wanneer dat nodig was. Toen mijn vader uiteindelijk vertrok, voelde ik niet alleen verdriet. Ik voelde vooral rust. Voor het eerst in lange tijd hoefde ik niet voortdurend op mijn hoede te zijn.
Misschien is daar ook de basis gelegd voor wie ik later ben geworden.
Verantwoordelijkheid nemen voelt voor mij niet als een keuze. Het voelt als iets dat vanzelf gebeurt.
Onze jeugd kende ook armoede. Maar als ik daaraan terugdenk, zie ik vooral mijn moeder. Een vrouw die vocht voor haar gezin. Zij was een broodbowler. Iedere gulden prijzengeld die zij won, verdween niet in luxe, maar in eten, contributies, schoolspullen of kleding voor haar kinderen.
Daarom kijk ik anders terug op die tijd.
Waar de één misschien vooral ziet wat er ontbrak, zie ik vooral wat mijn moeder, ondanks alles, tóch voor elkaar kreeg. Geen schaamte, maar respect.
Later, toen ik werkte, betaalde ik mee aan contributies en toernooien van mijn zus. Dat voelde nooit als een offer. Zo hoorde het voor mij. Misschien zijn die herinneringen voor anderen vervaagd, maar voor mij zijn ze nog altijd levend.
Bowlen werd uiteindelijk veel meer dan een sport.
Het werd de rode draad in mijn leven. In dat van mijn moeder. In dat van Charley. Later ook in dat van Angela en uiteindelijk ook in dat van David. Het bepaalde onze weekenden, vakanties, vriendschappen en gesprekken.
Juist daarom voelde het vreemd toen bowlen op een gegeven moment geen onderwerp van gesprek meer mocht zijn. Voor mij voelde dat alsof een belangrijk deel van mijn leven buitengesloten werd.
Door de jaren heen merkte ik dat mijn zus en ik steeds verder uit elkaar groeiden. Hoe zij over onze jeugd sprak, kwam steeds minder overeen met hoe ik diezelfde periode had beleefd. Daardoor voelde de afstand tussen ons alleen maar groter worden. Niet alles draaide om mijn zus, maar onze relatie heeft wel invloed gehad op wie ik ben geworden.
Dat zag ik terug tijdens vakanties, een paar dagen samen weg en uiteindelijk ook in de laatste weken van het leven van mijn moeder. Oude patronen kwamen opnieuw boven. Ik merkte dat ik opnieuw degene werd die verantwoordelijkheid voelde. Voor mij was er uiteindelijk maar één belang: dat mijn moeder het afscheid zou krijgen dat zij zelf voor ogen had. Geen onnodige beperkingen, geen keuzes vóór haar. Tot het moment dat zij het zelf niet meer kon, moest zij vooral kunnen doen wat zij zelf nog wilde. Niet meer en niet minder.
Tijdens mijn therapie heb ik iets belangrijks geleerd. Ik hoef de manier waarop ik mijn jeugd heb beleefd niet te verdedigen. Mijn ervaringen, gevoelens en herinneringen zijn van mij. Net zoals die van mijn zus van haar zijn.
Ik hoef niemand ervan te overtuigen dat mijn beleving de juiste is.
Maar ik mag haar wel opschrijven.
Ik heb ook geleerd dat afstand nemen niet hetzelfde is als iemand afwijzen.
Soms is afstand precies wat nodig is om jezelf, je partner en je kinderen te beschermen. Niet uit boosheid, maar uit zelfrespect.
Nu mijn moeder in de laatste fase van haar leven is aangekomen, merk ik hoe belangrijk dat inzicht voor mij is geworden.
Vanaf nu gaat mijn energie niet meer naar oude discussies.
Mijn energie gaat naar haar.
Naar de vrouw die, ondanks geweld, armoede en tegenslagen, haar gezin altijd op de eerste plaats zette.
Als ik iets van haar heb geleerd, dan is het dat liefde niet altijd zit in grote woorden.
Soms zit liefde in blijven opstaan.
In verantwoordelijkheid nemen.
En in de rust vinden om uiteindelijk te kunnen zeggen:
“Dit is mijn verhaal. Niet om iemand te veroordelen, maar om uit te leggen hoe ik ben geworden wie ik ben.”
