Mijn Israël studie/eigen onderzoek

Even heel belangrijk vooraf…

Dit is mijn on-going onderzoek naar de geschiedenis naar van Israël vanuit de oudheid tot aan het heden. Ik probeer gebruik te maken van de Internet bronnen en dat wat ik extraheer probeer ik hier neer te zetten. Natuurlijk ben ik gevormd door mijn eigen bestaan, mijn eigen kijk op de wereld door wat ik ooit gezien, gelezen of gehoord heb. Deze studie/onderzoek is voor mij, maar wil ik graag met eenieder delen die ook in de geschiedenis van Israël geïnteresseerd is.

Let op: Ik heb heel aangegeven dat het on-going is en dat het dus nog niet af, compleet of definitief is. Wat ik eerst als feit heb vastgesteld kan later teruggedraaid of aangepast worden. Wat ik zeg… Het is mijn onderzoek, mijn bevinding waar eenieder het eens of oneens mee kan zijn, maar laat mij in ieder geval in mijn waarde… Ik heb voor deze bevindingen heel veel gebruik gemaakt van Wikipedia en andere publiekelijk toegankelijke bronnen.

De staat Israël

Israël volgens artikel Parool – Uitleg: de historische achtergrond van het Palestijns-Israëlische conflict

Onafhankelijkheid

De onafhankelijkheid van de staat Israël is op 14 mei 1948 door de eerste president David Ben-Gurion. De Verenigde Staten, de Sovjet Unie en vele andere staten erkenden Israël direct. Dit gebeurde aan het einde van de Britse mandaatperiode over Palestina. De dag wordt jaarlijks in Israël gevierd op Onafhankelijkheidsdag (Hebreeuws: יום העצמאות Yom Ha’atzmaut).

In mei 1948 werd Israël erkend door de Verenigde Staten, de Sovjet Unie, Nicaragua, Tsjecho-Slowakije, Servie, Polen, Uruguay, Guatamala, Hongarije en Zuid-Afrika. In 1948 volgden daarna de landen Roemenië, Finland, Costa Rica, Panama, Venezuela, Paraguay, El Salvador, Honduras, Bulgarije en de Dominicaanse republiek. Het jaar erna volgde nog 33 landen, waaronder Nederland en andere Europese landen, zoals Frankrijk, Zwitserland, Denemarken, Noorwegen, Italië, IJsland, Ierland, Zweden, Griekenland en Luxemburg. Na 1949 zijn er nog 97 landen, die Israël als een onafhankelijke staat erkennen, waarbij de Verenigde Arabische Emiraten (2020), Bahrein (2020), Bhutan (2020) en Kosovo (2021) de rijen sluiten.

Ook zijn er nog 26 landen die Israël niet erkennen als een onafhankelijke staat: Afghanistan, Algerije, Bangladesh, Brunei, de Comoren, Cuba, Djibouti, Guinee, Indonesië, Iran, Irak, Koeweit, Libanon, Libië, Maleisië, Malediven, Mali, Niger, Noord-Korea, Oman, Pakistan, Qatar, Saudi Arabië, Somalië, Syrië, Tunesië, Venezuela en Jemen.

Bovenstaande landeninformatie komt van https://www.jewishvirtuallibrary.org/international-recognition-of-israel

Voorgeschiedenis

In het land Kanaän vormden zich al tijdens de ijzertijd de Israëlitische koninkrijken Israël en Juda, maar de moderne Israëlische geschiedenis begint in de twintigste eeuw. De staat Israël is de enige joodse staat in de moderne tijd en het valt binnen de grenzen van de tijd voor de Bijbelse tijden.

Judea en Israël hebben een diepe historie die teruggaat tot de vroege oudheid. In de oudheid was dit gebied verdeeld in verschillende koninkrijken en werd het bewoond door verschillende volkeren, waaronder de Kanaänieten, Filistijnen en Israëlieten.

Het koninkrijk Israël ontstond rond de 11e eeuw voor Christus, onder koning Saul, gevolgd door koningen als David en Salomo. Dit rijk bereikte zijn hoogtepunt onder Salomo, bekend om zijn wijsheid en de bouw van de eerste tempel in Jeruzalem. Na de dood van Salomo viel het rijk uiteen in het noordelijke koninkrijk Israël en het zuidelijke koninkrijk Juda. Beide koninkrijken werden later veroverd door verschillende grootmachten, zoals de Assyriërs en de Babyloniërs. Dit resulteerde in ballingschappen en verstrooiing van veel van de joodse bevolking.

Na verloop van tijd keerden sommige ballingen terug en werd de Tweede Tempel in Jeruzalem gebouwd nadat de Perzen de Babyloniërs hadden verslagen. Later werden Judea en Israël een strijdtoneel tussen de Griekse Seleuciden en de opkomende macht van de Makkabeeën, die uiteindelijk een onafhankelijk Joods koninkrijk vestigden. De geschiedenis van Judea en Israël voor de komst van de Romeinen (zie onder) is dus vol met politieke, religieuze en culturele gebeurtenissen die de identiteit en het lot van de regio hebben gevormd.

Deze regio werd later onderdeel van het Romeinse Rijk, Byzantijnse rijk en Islamitische Kalifaat (7e eeuw). Op de tijden van de kruistochten op Jeruzalem na, waarin de christenen Jeruzalem veroverden, heersten verschillende islamitische dynastieën over de regio tot aan het einde van de eerste wereldoorlog en het Ottomaanse Rijk (als verliezer) werd opgedeeld in verschillende mandaatgebieden. Het huidige Israël werd na de opdeling door de Volkenbond onderdeel van het Engelse mandaatgebied.

Het Romeinse Rijk
Het Byzantijnse Rijk
Het Ottomaanse Rijk
Engels mandaatgebied

De totstandkoming van de staat Israël

Na ontmanteling van het Ottomaanse Rijk, gedurende het Britse mandaat en voorafgaand aan de totstandkoming van de staat Israël zijn er vele ontwikkelingen geweest waar de Britten en anderen overleg hebben gevoerd over hoe om te gaan met de regio. De Britten beloofden een Joods nationaal tehuis in het gebied van het Britse mandaat en probeerde de toestroom van Joden naar deze regio te reguleren.

  • 1915-1916 MacMahon-Hoessein briefwisseling
    • Een briefwisseling van juli 1915 tot februari 1916 tussen Hoessein bin Ali, de sjarief van Mekka, en Sir Henry McMahon, de Britse Hoge Commissaris in Egypte. In de briefwisseling zegde het Verenigd Koninkrijk onafhankelijkheid toe aan de Arabieren in grote delen van het Midden-Oosten.
  • 1916 Sykes-Picot overeenkomst
    • Een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in mei 1916 waarin zij afspraken maakten over hun invloedssfeer in Zuidwest-Azië als de Triple Entente erin zou slagen het Ottomaanse Rijk te verslaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was opgesteld door de Franse onderhandelaar Georges Picot en de Brit Mark Sykes. De Italianen en de Russen gingen ermee akkoord.
  • 1917 Balfour-declaratie
    • Een verklaring die door leiders van het Britse Rijk tijdens de Imperial Conference van 1926 werd aangenomen. De declaratie is vernoemd naar Arthur Balfour, voormalig Brits premier en voorzitter van de conferentie. In de declaratie wordt gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en de dominions “autonome gebieden zijn binnen het Britse Rijk, gelijk in status, en in geen enkele manier ondergeschikt aan elkaar met betrekking tot hun binnenlands of buitenlands beleid, ofschoon verbonden onder de Kronen als vrijwillige leden van het Gemenebest van Naties”.
  • 1922 Churchill White Paper
    • Het Witboek bestond uit negen documenten en “Churchill’s memorandum” was een bijlage bij document nummer 5. Terwijl Groot-Brittannië vasthield aan de Balfour-verklaring en zijn belofte van een Joods nationaal tehuis in het Mandaat Palestina, benadrukte de krant dat de oprichting van een nationaal tehuis de Arabische inwoners van Palestina geen Joodse nationaliteit zou opleggen.
      Om de spanningen tussen de Arabieren en de Joden in Palestina te verminderen riep de krant op tot een beperking van de Joodse immigratie tot de economische capaciteit van het land om nieuwkomers op te nemen. Deze beperking werd voor velen in de zionistische beweging als een grote tegenslag beschouwd, hoewel er werd erkend dat de Joden hun aantal zouden moeten kunnen vergroten door middel van immigratie in plaats van door lijden.
  • 1929 Shaw Rapport
    • Het Shaw-rapport, officieel het rapport van de Commissie over de Palestijnse rellen van augustus 1929, algemeen bekend als de Shaw-commissie, was het resultaat van een Britse onderzoekscommissie onder leiding van Sir Walter Shaw, opgericht om de gewelddadige rellen in Palestina in Palestina te onderzoeken aan het einde van augustus 1929.

      Het rapport van de commissie werd uitgebracht in maart 1930 en leidde tot de oprichting van het Hope Simpson-onderzoek in mei 1930. Het concludeerde dat de oorzaak van de rellen was gebaseerd op de Arabische angst voor voortdurende joodse immigratie en grondaankopen, die vooral weerklank vonden bij een groeiende Arabische landloze klasse. Dit werd later herhaald in het Hope Simpson Inquiry en het daaropvolgende Passfield-witboek, waarin beide werden opgeroepen tot beperkte Joodse immigratie naar Palestina.
  • 1930 Hope Simpson Royal Commissie
    • Het “Report on Immigration, Land Settlement and Development”, gewoonlijk het Hope Simpson Inquiry of het Hope Simpson Report genoemd, was een Britse commissie onder leiding van Sir John Hope Simpson, opgericht in augustus 1929 om kwesties op het gebied van immigratie, landregeling en ontwikkeling in Groot-Brittannië aan te pakken. Mandaat Palestina, zoals aanbevolen door de Shaw-commissie, na de wijdverbreide Palestijnse rellen van 1929.
      Het rapport dateerde van 1 oktober 1930, maar werd op 21 oktober 1930 vrijgegeven. Het rapport adviseerde de Joodse immigratie te beperken op basis van het economische absorptievermogen van Palestina.
  • 1930 Passfield White paper
    • De Passfield White paper, uitgegeven op 20 oktober 1930 door minister van Koloniën Lord Passfield (Sidney Webb), was een formele verklaring van het Britse beleid in Palestina, dat eerder was vastgelegd in de Churchill White Paper van 1922. De nieuwe verklaring was het resultaat van het onderzoek van de Hope-Simpson Commissie naar de diepere oorzaken van de Palestijnse rellen van 1929, dat aanvankelijk begon over de toegang tot de Westelijke Muur. De White paper beperkte de officiële Joodse immigratie in veel grotere mate.
    • De toon van de White paper was beslist antizionistisch, aangezien verschillende van haar instellingen ernstig werden bekritiseerd, waaronder de Histadrut (Algemene Federatie van de Arbeid) en het Joods Agentschap, die beide de joodse tewerkstelling van uitsluitend joodse arbeidskrachten bevorderden en daarmee de verdrijving van Palestijnen uit gekocht land ondersteunden. Net als het Hope-Simpson-rapport oordeelde het Passfield Witboek dat dit zionistische beleid schadelijk was voor de economische ontwikkeling van de Arabische bevolking.
  • 1937 Peel Commission
    • De Peel Commission was een commissie die door de Britse overheid was ingesteld tijdens het Britse bewind over het Mandaatgebied Palestina. De commissie, die vernoemd was naar haar voorzitter, Lord William Robert Wellesley Peel (1867–1937), stelde op 7 juli 1937 voor het eerst een opdeling voor van Palestina in een Joodse en een Arabische staat.
    • Volgens het plan zou het Joodse deel van het land de kustvlakte, de Jizreëlvallei een groot deel van Galilea omvatten, terwijl het Arabische deel Judea, Samaria en de Negev zou omvatten. Daarnaast zou er een door de Britten gecontroleerde corridor komen tussen Jeruzalem en de kust bij Jaffa.
    • Het voorstel van de Peel Commission werd door de Arabieren, met uitzondering van koning Abdoellah I van Jordanië, grotendeels afgewezen. Aan Joodse zijde waren de meningen verdeeld. De Britse regering zette het plan niet door.
  • 1938 Woodhead Commission
    • De Woodhead Commission (officieel de Palestine Partition Commission) was een Britse technische commissie die werd opgericht om “een gedetailleerd” verdelingsplan voor het Mandaat Palestina voor te stellen, inclusief het aanbevelen van de verdelingsgrenzen en het onderzoeken van de economische en financiële aspecten van het Peel Plan.
    • De Commissie werd eind februari 1938 aangesteld en voerde haar onderzoek uit van april tot begin augustus 1938. Zij verwierp het plan van de Peel Commission voornamelijk op grond van het feit dat het een grote overdracht van Arabieren vereiste, en overwoog twee andere plannen. Het gaf de voorkeur aan een wijziging van de verdeling, die een bevredigende basis voor een regeling vormt, als de regering van het Verenigd Koninkrijk “de zeer aanzienlijke financiële verplichting die daarmee gepaard gaat” aanvaardt, waardoor de Arabische staatsbegroting in evenwicht komt. In dit plan zou heel Galilea en een corridor van Jaffa naar Jeruzalem onder Brits mandaat blijven.
    • Het publiceerde zijn conclusies op 9 november 1938, waarna de Britse regering de op handen zijnde opdeling van Palestina verwierp omdat deze onoverkomelijke “politieke, administratieve en financiële moeilijkheden” zou meebrengen. Groot-Brittannië riep op tot een conferentie in Londen waar alle relevante partijen een compromis konden uitwerken.
  • 1939 MacDonald White Paper
    • Het MacDonald White Paper van 1939 was een beleidsdocument uitgegeven door de Britse regering, onder leiding van Neville Chamberlain, als reactie op de Arabische opstand van 1936-1939 in Palestina. Na de formele goedkeuring ervan in het Lagerhuis op 23 mei 1939 fungeerde het van 1939 tot het Britse vertrek in 1948 als het regeringsbeleid voor het Mandaat Palestina. Na de oorlog werd het mandaat overgedragen aan de Verenigde Naties.
    • Het beleid, voor het eerst opgesteld in maart 1939, werd eenzijdig door de Britse regering voorbereid als gevolg van het mislukken van de Arabisch-Zionistische Conferentie van Londen. De White Paper riep op tot de oprichting van een Joods nationaal tehuis in een onafhankelijke Palestijnse staat binnen tien jaar, en verwierp het idee van de Peel Commission om Palestina te verdelen. Het beperkte ook de Joodse immigratie tot 75.000 gedurende vijf jaar en oordeelde dat verdere immigratie vervolgens zou worden bepaald door de Arabische meerderheid. Joden mochten in bijna 5% van het mandaat geen Arabisch land kopen.
  • 1945-1946 Anglo-American Committee of Inquiry
    • Het Anglo-Amerikaanse Comité van Onderzoek was een commissie die werd opgericht in 1945 door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk om de situatie in het Britse mandaatgebied Palestina te onderzoeken, vooral met betrekking tot het toenemende conflict tussen de Joodse en Arabische gemeenschappen.
    • Het comité bestond uit vertegenwoordigers van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Hun doel was om te onderzoeken wat de oorzaken waren van het conflict in Palestina en om aanbevelingen te doen over mogelijke oplossingen.
    • Het comité reisde naar Palestina en sprak met verschillende belanghebbenden, waaronder Joodse en Arabische leiders, Britse functionarissen en vertegenwoordigers van de gemeenschappen ter plaatse. Na uitgebreid onderzoek bracht het comité in april 1946 zijn rapport uit, bekend als het Anglo-Amerikaanse Comitérapport.
    • Het rapport bevatte aanbevelingen voor de toekomst van Palestina, waaronder het voorstel om de bevolking te verdelen in Joodse en Arabische staten en een beperking van de Joodse immigratie tot Palestina, gebaseerd op de economische draagkracht van het land.
    • De aanbevelingen van het rapport leidden niet tot een concrete oplossing voor het conflict in Palestina. In feite verslechterde de situatie na de publicatie van het rapport, waarbij er meer geweld en spanningen ontstonden tussen de Joodse en Arabische gemeenschappen.
  • 1946 Morrison-Grady Plan
    • Het Morrison-Grady Plan was een voorstel dat in 1946 werd gepresenteerd door de Verenigde Staten, met name door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James F. Byrnes. Het plan was bedoeld om het Palestijnse vraagstuk op te lossen, dat destijds in het mandaatgebied Palestina een bron van conflict was tussen Joodse en Arabische gemeenschappen.
    • Het plan was vernoemd naar Henry F. Grady, de assistent van Byrnes, en Herbert Morrison, de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Het voorzag in een tweestatenoplossing voor het Palestijnse vraagstuk, waarbij er een Joodse staat en een Arabische staat zouden worden opgericht binnen Palestina.
    • De Joodse gemeenschap aanvaardde dit plan, terwijl de Arabische leiders het verwierpen. Dit gebeurde voornamelijk omdat het plan werd gezien als onevenwichtig ten gunste van de Joodse bevolking en onvoldoende aandacht schonk aan de rechten en belangen van de Palestijnse Arabieren.
  • 1947 UNSCOP-plan
    • UNSCOP werd gevormd om de situatie in Palestina te onderzoeken en aanbevelingen te doen over de toekomst van het gebied, dat op dat moment onder Brits mandaat stond. De commissie bestond uit vertegenwoordigers van verschillende landen en werd opgericht vanwege de complexe en groeiende spanningen tussen de Joodse en Arabische gemeenschappen in Palestina.
    • Na een uitgebreide studie en overleg met verschillende belanghebbenden, bracht UNSCOP in 1947 zijn aanbeveling uit voor een oplossing van het Palestijnse vraagstuk. Het plan stelde voor om Palestina te verdelen in een Joodse staat, een Arabische staat en een internationaal bestuurd gebied rond Jeruzalem.
    • De aanbeveling van UNSCOP was gebaseerd op het principe van de deling van het land tussen de Joodse en Arabische gemeenschappen als een manier om het conflict op te lossen. Het plan werd uiteindelijk voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
    • Op 29 november 1947 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Resolutie 181 goed, waarin het UNSCOP-plan werd aangenomen. Dit leidde tot de formele goedkeuring van het plan voor de deling van Palestina in een Joodse en Arabische staat, met Jeruzalem als een internationaal bestuurd gebied.
    • Het UNSCOP-plan was een cruciale stap in de richting van het formele voorstel voor het verdelen van Palestina en legde de basis voor de latere gebeurtenissen die leidden tot de stichting van de staat Israël en het Arabisch-Israëlische conflict.

Allerlei

De vraag is Palestina ooit van de Palestijnen geweest?

Het antwoord op de vraag is tweeledig.

  • Palestina is de naam dat door de Romeinen aan dit gebied is gegeven, afgeleid van de Fillestijnen die de grootste vijand van de Israël waren voordat de Romeinen het gebied bezette. In die tijd woonden er nog joden, alhoewel ze werden verdreven door de Romeinen, en er woonden Arabieren, zoals door de gehele regio. De oorspronkelijke bewoners van Palestina, onderdeel van het Romeinse Rijk, waren dus Arabieren en Joden. Dus nee, er waren door de eeuwen heen alleen bezetters geweest die heersten in het gebied van het Romeinse Rijk tot en met het Ottomaanse Rijk.
  • Er is dus nooit een onafhankelijke Palestijnse staat geweest, er is nooit een Palestijnse machthebber geweest en er is nooit een Palestijnse munt geweest. Het gebied dat nu Israël heet is dus nooit van de bewoners van Gaza en van de Westelijke Jordaanoever geweest en sterker nog, de gebieden waar ze nu wonen zijn door Israël veroverd op Egypte en Jordanië.

Het verschil tussen Israël en de Palestijnse bewegingen Hamas, Hezbolla, etc…

  • Als Israël de wapens neerlegt, zal het van alle kanten aangevallen worden en vernietigd worden door de Palestijnse bewegingen.
  • Als de Palestijnse bewegingen de wapens neerleggen, is er vrede en kunnen zij er nu echt voor kiezen om hun staten op te bouwen.

Afgewezen vredesvoorstellen, waarbij Palestijnen een eigen staat zouden kunnen vormen

  • 1947 United Nations Partition Plan: De VN stelde een plan voor om Palestina op te delen in een Joodse en een Arabische staat. De Joodse leiders accepteerden het plan, maar de Arabische leiders verwierpen het, wat leidde tot het uitbreken van de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 na de oprichting van Israël.
  • 2000 Camp David-akkoorden: Onder leiding van president Bill Clinton vonden er vredesbesprekingen plaats tussen de Israëlische premier Ehud Barak en de Palestijnse leider Yasser Arafat op Camp David. Barak bood Arafat een zeer verstrekkend vredesvoorstel aan dat onder meer de oprichting van een Palestijnse staat omvatte. Arafat wees dit voorstel af, wat resulteerde in verdere spanningen en het uitbreken van geweld.
  • 2001 Taba-onderhandelingen: Na Camp David gingen de vredesonderhandelingen door in Taba, Egypte. Opnieuw werden er uitgebreide voorstellen gedaan om een Palestijnse staat op te richten. Echter, deze onderhandelingen liepen vast en werden gestaakt zonder akkoord.
  • 2008 Vredesvoorstel van Ehud Olmert: Israëlische premier Ehud Olmert presenteerde een ambitieus vredesvoorstel aan de Palestijnse president Mahmoud Abbas dat een Palestijnse staat omvatte op bijna de gehele Westelijke Jordaanoever, delen van Oost-Jeruzalem en financiële compensatie voor Palestijnse vluchtelingen. Abbas heeft het voorstel nooit formeel aanvaard.

Zoon Hamas leider over Hamas

Mosab Hassan Yousef is de zoon van een van de oprichters van Hamas, Sheikh Hassan Yousef. Hij werd geboren in Ramallah, in de Palestijnse gebieden. Hij werd bekend vanwege zijn opmerkelijke verandering van overtuigingen en zijn controversiële beslissing om te breken met Hamas en te kiezen voor een andere weg. Mosab Hassan Yousef werkte aanvankelijk als informant voor de Israëlische inlichtingendienst, de Shin Bet, terwijl hij nog steeds officieel deel uitmaakte van Hamas. Hij voorzag Israël van belangrijke informatie die hielp bij het voorkomen van aanslagen en het neutraliseren van terroristische activiteiten. Zijn dubbele rol zorgde voor een complexe en riskante positie waarin hij verkeerde.

Later, na een reeks van gebeurtenissen en een innerlijke strijd, besloot Mosab Hassan Yousef definitief afstand te nemen van Hamas en zijn ideologie. Hij verliet de Palestijnse gebieden en kreeg politiek asiel in de Verenigde Staten. Hij schreef een boek genaamd “Zoon van Hamas”, waarin hij zijn verhaal vertelt over opgroeien in de schaduw van terrorisme, zijn werk als informant voor Israël en zijn uiteindelijke afstand nemen van extremistische ideologieën. Zijn verhaal is opmerkelijk vanwege de moed die het vergde om zo’n radicale verandering in denken en overtuigingen te ondergaan, evenals de risico’s die hij nam door zijn keuzes.

Sindsdien heeft Mosab Hassan Yousef deelgenomen aan interviews, lezingen en publieke evenementen om zijn boodschap van vrede, verzoening en afstand nemen van extremisme te verspreiden. Zijn verhaal benadrukt de complexiteit van politiek en conflict in de regio en het belang van individuele keuzes in het streven naar vrede en begrip.

Mosab Hassan Yousef

Mosab Hassan Yousef

Waarom de Palestijnen niet op goede voet zijn met Egypte, Libanon en Jordanie

De verhoudingen tussen Palestijnen en andere landen in het Midden-Oosten, zoals Egypte, Jordanië en Libanon, zijn historisch en politiek complex. Het hangt af van verschillende factoren, waaronder politieke geschiedenis, vluchtelingenstromen, geopolitieke belangen en sociale kwesties. Egypte, Jordanië en Libanon hebben allemaal in verschillende mate te maken gehad met Palestijnse vluchtelingen als gevolg van conflicten, met name na de Arabisch-Israëlische oorlogen en de oprichting van Israël in 1948.

In Jordanië hebben Palestijnse vluchtelingen een belangrijke demografische invloed gehad, vooral na de oorlog in 1948. Dit leidde tot complexe politieke en sociale dynamieken binnen het land, waarbij de Palestijnse kwestie een aanzienlijke rol speelde in politiek en maatschappelijk opzicht.

In Libanon hebben Palestijnse vluchtelingen sinds de jaren 1940 en 1950 aanzienlijk bijgedragen aan de bevolking van het land. Dit heeft echter geleid tot spanningen, mede door politieke betrokkenheid van Palestijnse groeperingen, wat heeft bijgedragen aan conflicten en instabiliteit in Libanon.

Egypte heeft historisch gezien een rol gespeeld bij het bieden van toevlucht aan Palestijnse vluchtelingen, maar de situatie is in de loop der jaren veranderd als gevolg van politieke verschuivingen en veranderingen in beleid.

De precieze redenen waarom Palestijnen in sommige gevallen niet volledig welkom zijn in deze landen zijn dus divers en kunnen variëren van politieke, economische en sociaal-culturele factoren tot kwesties met betrekking tot vluchtelingenstatus, integratie en nationale veiligheid.

Jordanie en zwarte september (1970)

De Palestijnse opstand in Jordanië, ook bekend als “Zwarte September”, vond plaats in 1970. Het conflict ontstond als een ernstige politieke en gewapende strijd tussen de Palestijnse verzetsgroepen, met name de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), en het Jordaanse leger onder leiding van koning Hoessein van Jordanië.

De Palestijnen hadden zich in de jaren voorafgaand aan de opstand sterk georganiseerd in Jordanië, waar ze grote invloed hadden in sommige gebieden en steden. Dit begon echter een bedreiging te vormen voor de Jordaanse autoriteit en stabiliteit. De situatie escaleerde snel in september 1970, toen de Jordaanse regering begon met militaire operaties tegen de Palestijnse groeperingen in het land. Dit leidde tot een gewelddadig conflict, waarbij de Jordaanse regering uiteindelijk de controle herwon over de betwiste gebieden.

Deze opstand bereikte een hoogtepunt in september, vandaar de naam “Zwarte September”, toen zware gevechten plaatsvonden tussen het Jordaanse leger en de Palestijnse strijders. Uiteindelijk leidde dit tot een nederlaag voor de Palestijnse groeperingen, en duizenden Palestijnse strijders werden verdreven uit Jordanië.

Deze gebeurtenis had een enorme impact op de Palestijnse politiek en het Midden-Oosten als geheel. Het verschoof de machtsdynamiek en veranderde de relatie tussen de PLO en Jordanië ingrijpend. Bovendien bracht het ook internationale aandacht voor de Palestijnse zaak en de situatie van Palestijnse vluchtelingen in de regio.

Waarom opent Egypte de poorten niet voor vluchtelingen uit Gaza?

Hoewel Egypte historisch gezien een rol heeft gespeeld bij het bieden van toevlucht aan Palestijnse vluchtelingen, zijn er ook beperkingen geweest met betrekking tot hun rechten en sociale integratie. Deze beperkingen kunnen voortkomen uit verschillende redenen, waaronder politieke, sociale en economische factoren:

  1. Sociale en politieke integratie: Palestijnse vluchtelingen kunnen in sommige gevallen beperkte mogelijkheden hebben gehad om volledig geïntegreerd te raken in de samenleving van Egypte. Dit kan te maken hebben met verschillen in cultuur, taal en sociaal-economische omstandigheden, waardoor het moeilijk kan zijn voor vluchtelingen om volledig opgenomen te worden in de Egyptische maatschappij.
  2. Beperkte rechten en staatsburgerschap: In sommige landen hebben Palestijnse vluchtelingen beperkte rechten en staatsburgerschap, wat hun toegang tot bepaalde voorzieningen en mogelijkheden kan belemmeren. Dit kan invloed hebben op hun werkgelegenheid, onderwijs en gezondheidszorg.
  3. Politieke gevoeligheden: De aanwezigheid van Palestijnse vluchtelingen kan in sommige gevallen politieke gevoeligheden met zich meebrengen. Dit kan een rol spelen bij het beleid en de houding van sommige landen ten opzichte van Palestijnse vluchtelingen, vooral gezien de complexiteit van het Israëlisch-Palestijnse conflict en geopolitieke belangen in de regio.