Voor een jonge gast die net achttien is geworden, zijn Omi heeft moeten laten gaan, bij RKC aan een nieuw voetbalavontuur is begonnen, daarvoor bijna dagelijks hard moet trainen en volgende week ook nog eens aan zijn examenjaar in HAVO 5 begint, is het een pittige zomer geweest.
En dan is het soms fijn als er ineens weer iets gebeurt waar je gewoon blij van mag worden.
Een bal in de middencirkel. Twee verdedigers in zijn buurt. David krijgt hem onder controle, versnelt en laat ze allebei zijn hielen zien. Op weg naar het doel komt de keeper eruit. Ook die wordt gepasseerd en daarna kan de bal rustig in het doel worden geschoven.
Hoppa…
De eerste voor RKC is binnen.
En dan ook nog eens op een manier die zo bij David past. Snelheid, kracht, recht op zijn doel af en als het even kan ook de keeper nog voorbij.

Het is maar een doelpunt in een oefenwedstrijd. Dat weet ik ook wel. Maar soms vertelt een doelpunt een groter verhaal. Zeker na de weken die achter hem liggen.
Want vlak voor zijn achttiende verjaardag werd steeds duidelijker dat het maar zeer de vraag was of zijn Omi die verjaardag nog zou halen.
Zijn Omi.
De vrouw bij wie hij tijdens zijn tijd op het Effent regelmatig even langsfietste. Soms omdat hij behoefte had aan wat gezelligheid, maar volgens mij minstens zo vaak omdat hij gewoon honger had.
“Omi, heeft u toevallig iets te eten?”
Natuurlijk had Omi iets te eten.
Voor David eigenlijk altijd.
Ook bij de Jumbo kwamen ze elkaar regelmatig tegen. Dan liep hij niet even snel door omdat hij zijn vrienden zag of omdat een achttienjarige jongen misschien vindt dat hij inmiddels te groot is om uitgebreid met zijn oma te staan knuffelen. Nee, dan maakte hij tijd voor haar en kreeg Omi gewoon die dikke knuffel.
Zo was hun band.

In zijn achttien jaren heeft David sowieso veel met zijn Omi opgetrokken. Niet omdat we daar bewust een programma voor maakten, maar simpelweg omdat we als familie veel samen deden.
We begeleidden mijn moeder tijdens bowlingwedstrijden in binnen- en buitenland of gingen haar daar bezoeken. We deelden familiekamers in hotels, zaten samen op terrasjes en gingen met elkaar op pad. En als mijn moeder en ik bij Merlijn samen hadden getraind, of samen anderen training hadden gegeven, was David daar ook vaak te vinden.
En uiteraard viel er dan weer wat te eten.
Voor David was er bij Omi altijd wel iets lekkers te pikken.
Wat dat betreft is hij bij haar werkelijk nooit iets tekortgekomen.
Maar het ging natuurlijk om veel meer dan eten.
De band tussen David en zijn Omi was gewoon hecht.
Daarom kwam het afscheid ook hard aan.
In de nacht van 23 op 24 juli, rond vier uur, ging de telefoon.
Eigenlijk wist ik voordat ik opnam al wat dat telefoontje betekende.
David stond vrijwel meteen naast mijn bed.
“Ik ga mee.”
Geen twijfel. Geen discussie.
Hij wist net zo goed als ik dat dit telefoontje maar één ding kon betekenen. Het leven van zijn Omi was voorbij. Zijn lieve Omi. De Omi bij wie hij bijna alles mocht, bij wie er altijd iets te eten was en die achttien jaar lang gewoon een vanzelfsprekend onderdeel van zijn leven was geweest.
Binnen een kwartier waren we bij haar.
Daar nam hij afscheid van het levenloze lichaam van mijn moeder.
Mijn grote, stoere zoon was op dat moment vooral een kleinzoon die zijn Omi kwijt was.
Emotioneel, maar respectvol.
En ook boos.
Heel boos zelfs, toen bleek dat de prioriteit die hij op dat moment voelde niet door iedereen werd gedeeld. Uiteindelijk is hij maar een stuk gaan lopen. Hij had lucht nodig. Lucht om het verlies een plek te geven, maar volgens mij op dat moment vooral ook lucht omdat hij bepaalde mensen gewoon even niet wilde zien.
Ook dat is David.
Hij kan een kort lontje hebben en zijn emoties kunnen er soms behoorlijk fel uitkomen. Maar daaronder zit een heel klein hartje. Misschien wel kleiner dan hij zelf graag wil laten zien.
Bij de uitvaart zag ik opnieuw hoe groot mijn zoon inmiddels is geworden.
Daar stond hij in zijn mooie roze katoenen overhemd. Samen met zijn moeder, mijn schatje Angela, en mij.
Natuurlijk waren we die dag omringd door onze hele familie en heel veel andere lieve mensen. Maar toch voelde het ook als onze eigen drie-eenheid. Wij begonnen die donderdag met zijn drieën en na alle woorden, muziek, tranen, knuffels en plechtigheden eindigden we hem ook weer met zijn drieën.
Op het terras van De Colonie, op de Grote Markt in Breda.
Even zitten.
Even bijkomen.
Met zijn drieën.
En een Moijito, een Liefmans en een Kriek.
Zoals we zoveel dingen met zijn drieën doen.
Mijn zoon is inmiddels achttien. Hij is groot, sterk, heeft een stoere kop en dus dat kleine hartje. Hij houdt ontzettend veel van ons, al laat hij dat natuurlijk op zijn eigen manier zien. Zijn moeder pesten hoort daar nadrukkelijk bij.
De rolverdeling thuis heeft hij volgens mij zelf ook allang bepaald.
Ik ben de pappa voor de serieuze dingen.
Voor de gesprekken, het voetbal, school, de keuzes en af en toe een schop onder zijn kont als dat nodig is.
Angela is de mamma die voor hem moet zorgen.
Zijn spullen moet klaarzetten en voor eten moet zorgen.
En die uiteraard mooie dingen voor of samen met hem moet kopen.Zo werkt dat blijkbaar.
En eigenlijk vind ik het prachtig.
Want hoe groot hij ook wordt en hoeveel hij inmiddels zelf kan en doet, hij blijft onze zoon. Ik ben trots op wie hij is en op wat hij doet. Niet alleen wanneer hij scoort of goed voetbalt, maar juist ook op de manier waarop ik hem de afgelopen weken heb zien omgaan met alles wat er op hem afkwam.
Verdriet om zijn Omi. Zijn achttiende verjaardag. Een nieuw avontuur bij RKC. Bijna iedere dag trainen en proberen zijn plek te vinden in een nieuwe omgeving. En volgende week wacht alweer de volgende uitdaging: HAVO 5 en zijn examenjaar.
Best veel voor een jongen van net achttien.
Ik hoop dat hij zijn dromen waar kan maken. Waar die dromen hem uiteindelijk ook brengen.
Ik zal hem faciliteren. Angela zal voor hem zorgen. En samen zullen we er voor hem zijn.
Altijd.
En daarom voelde dat doelpunt van gisteren misschien ook net even anders.
Niet omdat het een mooie treffer was.
Niet omdat er een prijs mee werd gewonnen.
En ook niet omdat één doelpunt ineens alles verandert.
Maar gewoon omdat het hem gegund is.
En dan is het extra mooi dat die eerste geen simpel intikkertje werd.
Nee, gewoon eentje op zijn David Israëls.
De bal oppikken, versnellen, verdedigers achter je laten, de keeper passeren en de bal tegen het net laten rollen.
Hoppa.
De eerste is binnen.
Hopelijk de eerste van nog heel veel mooie momenten.
Ga zo door, David.
Wij zijn ontzettend trots op je.
En Omi?
Die zou waarschijnlijk precies hetzelfde zijn geweest als altijd. Apetrots op haar kleinzoon.
En ergens denk ik dat ze nog steeds met ons meekijkt.
Alleen vanaf een andere plek.
