De Domina: Rust in een onrustige tijd

Soms komen mensen op je pad op precies het moment dat je ze nodig hebt.
Voor ons was dat Domina Paulien.

Toen duidelijk werd dat de medicijnen voor Ma niet meer werkten en wij langzaam afscheid moesten gaan nemen, gebeurde er iets bijzonders.
Niet lichamelijk, maar geestelijk.

Ik ben zelf niet kerkelijk. Als kind ben ik door de schoolkeuze van mijn ouders wel katholiek opgevoed. Wat ik over het geloof heb meegekregen, leerde ik op de Sprankel van meneer pastoor, maar misschien nog wel meer van mijn opa en oma. Regelmatig ging ik met hen mee naar de Molukse kerk in Breda en als ik bij oma was, liep ik ook met haar mee naar de katholieke kerk tussen Hooghout en het Brabantplein. Daar kwamen later ook de begrafenisplechtigheden en troostdiensten van opa Adé, oma Bats en andere familieleden bij. Als kind sta je daar anders in dan als volwassene, maar zulke momenten blijven wel ergens hangen. Zonder dat je het merkt, vormen ze toch een stukje van wie je bent.

Die momenten zijn altijd blijven hangen. Niet zozeer dat ik later bewust voor een kerk heb gekozen, maar wel dat ik respect heb gehouden voor het geloof en voor de rust die het mensen kan geven.

Ma verlangde steeds meer terug naar vroeger. Niet omdat ze kinds werd. Integendeel. Tot de laatste dag was ze helder van geest en wist ze precies wat ze wilde. Maar haar gedachten gingen steeds vaker terug naar haar jeugd. Naar Ambon. Naar Kruiningen. Naar de Molukse gemeenschap. En vooral naar de kerk. Ze verlangde naar de rust en de geborgenheid die zij daar vroeger had gevonden.

Via tante Betty kwamen wij in contact met Domina Paulien. We hadden elkaar eerst telefonisch gesproken. Op een dag waarop Ma het lichamelijk én geestelijk erg moeilijk had, vroeg ze of ze graag samen met de Domina wilde bidden. Domina Paulien nam uitgebreid de tijd. Ze sprak eerst rustig met Ma en daarna baden ze samen.

Ik zal dat moment nooit vergeten.
Ik zag een verdrietige vrouw. Een vrouw die bibberde. Die schokte van emotie.
Maar terwijl het gebed doorging, zag ik haar veranderen. Langzaam kwam er rust.
De spanning verdween uit haar gezicht.
Ze ontspande.
Het gaf haar opnieuw de kracht om die moeilijke dag door te komen.

Dat was voor mij misschien wel het eerste moment waarop ik besefte hoeveel kracht geloof iemand kan geven. Niet door grote woorden. Niet door ingewikkelde preken. Maar gewoon door aandacht, vertrouwen en een eenvoudig gebed.

Een paar dagen later kwam Domina Paulien naar Oosterhout.

Volgens de afspraak zou ik haar ophalen bij tante Betty aan de Wieringenstraat 55-12. Of zoals mijn Hobbit-tante en ik dat altijd noemen: nummer 43. Een grapje waar we allebei nog steeds om kunnen lachen. Toen ik aankwam, was de Domina er al. Samen met tante Lena, die haar die dag zou vergezellen. Ook tante Betty was er natuurlijk. Met haar beroemde Kohu-kohu. Of eigenlijk Kohu2. Zoals Ma altijd zou zeggen: Kocho-kocho. Tante An en oom Joop zouden rechtstreeks naar Oosterhout komen.

Er zou nog zo’n middag zijn, maar zonder de Domina en dat was toen tante Betty, Oom Joop en tante An langskwamen om Papeda te maken. Ook zo lekker en zo fijn om Ma zo te zien smullen. Dat was ook zo’n fijne middag. Misschien wel een nieuwe blog, misschien ook wel niet. De herinnering zal altijd blijven voor diegenen die er bij waren. Wat heeft Ma ook hier echt van genoten…

De Papeda van tante Betty.
Volgens Ma kwam die akelig dicht in de buurt van die van oma Bats.
Ik heb oma’s Papeda nooit kunnen vergelijken
Maar ik weet nog wel hoe ik zat te genieten van deze Papeda.
De citroenige makreel.
De doorzichtige drab die je verplicht met de jus moest opslurpen.
Het was echt heerlijk.

Die middag gebeurde eigenlijk alles tegelijk.

We maakten de afspraken voor de afscheidsdienst. We reserveerden bewust ongeveer vijfentwintig minuten aan het begin van de plechtigheid voor de Moluks-Hervormde kerkdienst. We kozen samen de liederen en spraken de volgorde van de dienst door.
Ondertussen genoten we van elkaars gezelschap.

Het mooiste was misschien wel dat Ma die dag een goede dag had. Waar ze eerder nog uitgeput was geweest, bleef ze nu de hele middag aan tafel zitten. Ze genoot zichtbaar. Van het bezoek. Van de gesprekken. Van de herinneringen.

Nog mooier waren misschien wel de verhalen die over tafel gingen. Verhalen over vroeger. Over Kruiningen. Over de eerste generatie. Over familie.

Voor even leek de ziekte niet meer centraal te staan.

Na die middag verliep vrijwel al het contact telefonisch. Voor het overlijden van Ma, maar zeker ook daarna.
Eigenlijk zou Domina Paulien op de donderdag waarop Ma overleed nog een keer langskomen.
Dat bezoek kwam er niet meer.
Ma was haar net voor.

Na haar overlijden werkten we samen het draaiboek verder uit.
Wie voor de kist zou lopen.
Welke liederen gezongen zouden worden.
Hoe de dienst zou verlopen.
Alles stond op papier.

Tijdens de dienst liep dat overigens nét even anders. Zonder dat dit vooraf met mij was besproken of het bij mij bekend was, sloten oom Jan, tante Plony, tante Julia, oom Han en tante Josie zich tijdens de binnenkomst aan bij de stoet achter de kist. Dat was even onverwacht en haalde mij kort uit het ritme, maar op zo’n moment laat je het gebeuren. Het was zoals het was.

En toch…
De ochtend vóór de uitvaart schrok ik wakker.
Badend in het zweet.
Voor het eerst sinds lange tijd.
Er schoot maar één gedachte door mijn hoofd.
“Moet er nu wel of geen muziek klinken tijdens onze binnenkomst?”
Het was kwart over zeven. Veel te vroeg om iemand te bellen. Dus wachtte ik. Elke minuut leek een kwartier te duren.

Om half negen belde ik direct.
Geen gehoor.
Voicemail.
Nog meer wachten.

Gelukkig duurde het niet lang voordat mijn telefoon ging.
Het was Domina Paulien.
Nog voordat ze antwoord gaf, bracht alleen haar stem alweer rust.
Ze zei eenvoudig dat alles geregeld was.
Dat ik nergens meer over hoefde na te denken. Dat zij het onder controle had.
Dat ene telefoontje haalde alle spanning bij mij weg.

Op de dag van de uitvaart ontmoette ik haar weer in de familiekamer.
Niet als een afstandelijke voorganger, maar als iemand die net zo goed een tante had kunnen zijn.

Warm.
Rustig.
Liefdevol.
Zelfverzekerd.

Naast haar stond tante Lena, die de liturgie prachtig had verzorgd. Alles lag klaar. Iedereen wist wat hem of haar te doen stond.

Toen Antonie de plechtigheid opende en daarna het woord aan Domina Paulien gaf, viel alles op zijn plaats.
Met haar rustige stem leidde zij ons door de kerkdienst.
Onder het zingen van Johannes de Heer 456:1 begeleidden wij Ma naar haar laatste plaats.
Daar volgden de schriftlezing uit Psalm 121:1-2, de samenzang Johannes de Heer 493:1, de overdenking, de voorbeden, Liedboek 96:1 en als afsluiting de zegen.

Geen haast.
Geen onrust.
Alles met waardigheid.
Toen de zegen was uitgesproken, droeg zij de dienst weer over aan Antonie.
En daarna was het mijn beurt.

Pas later, in de Toma, zagen wij elkaar weer.
Samen met tante Lena kwam zij afscheid nemen.
Ik heb haar toen bedankt.
Niet alleen voor de prachtige dienst, maar vooral voor wat zij daarvoor al had betekend.

Ik vertelde haar opnieuw over dat eerste telefoongesprek. Over de onrust waarmee Ma begon. En over de rust waarmee zij eindigde.
Door haar stem.
Door haar woorden.
Door haar gebed.
Sommige mensen laten een indruk achter door wat ze doen.
Anderen door wie ze zijn.
Domina Paulien hoort voor mij bij die laatste groep.

Ze bracht rust in een periode waarin ons leven vooral uit onrust bestond.
En daar zal ik haar, uit de grond van mijn hart, altijd dankbaar voor blijven.