Meer dan een uitvaartverzorger…

Er zijn van die mensen die je leert kennen op een moment waarop je hoopt ze nog heel lang niet nodig te hebben.
Voor ons was dat Freek van DELA.

Onze eerste ontmoeting was nog samen met Ma en mijn zus. We wisten allemaal dat het einde dichterbij kwam. Niemand sprak dat met zoveel woorden uit, maar het hing wel in de kamer. Juist daarom was het fijn dat er iemand tegenover ons zat die rustig uitleg gaf, alle tijd nam en geen enkele vraag te veel vond.

We bespraken hoe de periode na het overlijden eruit zou zien. Ma koos zelf haar kist. We spraken over de bloemen, de locaties, de verzorging na haar overlijden en alle praktische zaken die daarbij horen. Ook het drukwerk kwam ter sprake, al hadden wij daarvoor zelf al een adres in Oosterhout gevonden en wilde ik een deel daarvan zelf ontwerpen.

Er werden nog geen definitieve keuzes gemaakt, maar er ontstond wel iets anders: vertrouwen.

Na afloop zei Ma dat ze wist dat het goed zou komen. Alleen de kosten hielden haar nog bezig. Dat was ook typisch Ma. Zelfs in de laatste fase van haar leven maakte zij zich nog zorgen om anderen. Mijn zus en ik hebben haar toen gezegd dat zij zich daar geen zorgen over hoefde te maken. Dat was vanaf dat moment onze zorg.

Na dat eerste gesprek hield ik Freek regelmatig op de hoogte van de gezondheid van Ma. Tijdens onze eerste ontmoeting was eigenlijk al duidelijk dat we elkaar waarschijnlijk snel weer zouden spreken. Alleen zou dat dan onder heel andere omstandigheden zijn.

Die omstandigheden kwamen op donderdag 24 juli. Nadat de huisartsenpost was gebeld en de schouwarts waren geweest, belde ik rond half vijf ’s morgens de DELA om door te geven dat Ma was overleden. Ik werd rustig en vriendelijk te woord gestaan. Er werd verteld dat de medewerkers tussen één en drieënhalf uur nodig zouden hebben om bij ons te zijn.

Nog voor zes uur ging de deurbel.
De twee medewerksters van de DELA namen alle tijd om Ma met respect te verzorgen en klaar te maken voor haar laatste reis vanuit huis. Alles gebeurde rustig, waardig en zonder haast.

Omdat het gezin van mijn zus onderweg was vanuit Poortugaal, bleven de dames van de DELA nog even in de auto wachten. Ze gunden ook hen de tijd om afscheid te nemen. Dat lijkt misschien een klein gebaar, maar op zo’n moment betekent dat ontzettend veel.

Toen het moment daar was, wilde ik zelf mijn moeder dragen. Van haar bed in de woonkamer droeg ik haar naar de brancard in de gang. Ik dekte haar toe, reed haar naar buiten en begeleidde haar naar de auto van de DELA. Voor de laatste keer verliet zij ons huis aan de Vreeburg/Walenburg en reed zij weg in de zwarte rouwauto van de DELA.

Ik wist dat de volgende keer dat ik haar zou zien, één dag voor de uitvaart zou zijn.

Twee dagen later zaten mijn zus Daniëlle, haar man Robert Jan en ik opnieuw samen met Freek.
Nu werden alle afspraken definitief gemaakt.

De locaties stonden vast: het afscheid op Leijsenakker, de plechtigheid op De Seterse Heide en daarna de condoleance in de Toma. Ook bespraken we de opzet van de dienst. We vertelden dat Domina Lien een Moluks-Hervormde dienst van ongeveer vijfentwintig minuten zou leiden en onze binnenkomst zou verzorgen.

Tijdens dat gesprek kwamen er ook onverwachte wijzigingen naar voren rondom de verzorging en de asbestemming. Afspraken bleken anders te zijn dan de afspraken die ik eerder met Ma had gemaakt. Dat waren pijnlijke momenten. Niet alleen voor mij, maar ook voor anderen die hierdoor geraakt werden. Sommige dingen kon ik eenvoudigweg niet meer veranderen, hoe graag ik dat ook had gewild.

Toch bleef Freek steeds rustig meedenken en zoeken naar wat wél mogelijk was.
Ook werd besloten dat Antonie de plechtigheid als ceremonieel begeleider aan elkaar zou praten.
Na dat gesprek volgden nog enkele telefoongesprekken met Freek om de laatste details af te stemmen. Alles moest kloppen. Niet groots of indrukwekkend, maar passend bij wie Ma was.

Een paar dagen later volgde het gesprek met Antonie.
Ook dat voelde direct vertrouwd.
Samen liepen we de volledige plechtigheid stap voor stap door.

De Moluks-Hervormde dienst van Domina Lien.
Onze binnenkomst met de Molukse vlag gedrapeerd over de kist.
Het lied Iring Dikau als overgang naar het persoonlijke deel.
Mijn toespraak voor Ma, waarin ik heel wat uren gestoken had.
Gandong É.
De woorden van Daniëlle, voorgedragen door Antonie.
Blackbird, fantastisch mooi gespeeld door onze neef Arthur.
Het dankwoord wat ik op de avond ervoor geschreven heb.
En als afsluiting de laatste groet langs de kist.
Alles kreeg zijn plaats.

Zoals het gepland was, ging het ook.
Antonie sprak het mooi aan elkaar.
Wij volgden Freek de aula in en gaven Ma de entree die zij verdiende.
Niet volgens een standaard draaiboek, maar zoals het bij onze familie en bij Ma hoorde.

Na de laatste groet begeleidden de medewerkers van de DELA ons naar de technische ruimte.
De bloemen bleven achter in de aula.
De Molukse vlag, die over de kist lag, ging met ons mee.

In die ruimte namen eerst Daniëlle en daarna ik afscheid van Ma.
Pas daarna werd de vlag zorgvuldig opgevouwen.
Dat voelde als het definitieve einde.
Een van de DELA medewerkers gaf mij vervolgens een klein steentje met hetzelfde nummer dat op de kist stond.
En vroeg mij die op de kist te plaatsen.
Een eenvoudig steentje.

Voor mij werd het het laatste nummer dat voor altijd bij mijn moeder hoort.
Terug in de aula volgden nog de laatste formaliteiten.
Freek overhandigde de laatste documenten, de condoleances en daarna namen wij afscheid van elkaar.

Als ik terugkijk op die dagen, dan denk ik niet alleen terug aan het gemis of het verdriet.
Ik denk ook terug aan de mensen die ons daarin begeleidden.
Aan Freek.
Aan Antonie.
Aan de medewerkers die Ma met zoveel respect verzorgden.
Aan de rust die zij brachten op momenten waarop wij dat zelf nauwelijks meer konden.

Een uitvaart kun je nooit mooi noemen.
Je neemt immers afscheid van iemand van wie je houdt.
Maar je kunt wel zeggen dat een afscheid waardig is.
Dat het met respect gebeurt.
Dat je als familie gehoord wordt.
En dat je, ondanks al het verdriet, terug kunt kijken op een afscheid waarvan je weet:

Zo had Ma het ook gewild.
Zij had zeker iedereen van de DELA persoonlijk bedankt voor het mooie afscheid

Maar nu dan namens haar via mijn stem:
Dank je wel, Freek.
Dank je wel, Antonie.
Dank je wel, al die lieve en zorgzame medewerkers van de DELA
Dank jullie wel!