Mijn stoere zoon David speelde vandaag met de O21 van RKC Waalwijk tegen Westlandia uit Naaldwijk. Hij moest ruim voor de aftrap aanwezig zijn, dus Angela en ik hadden nog tijd om even naar de Gamma in Den Bosch te rijden. Daar was het wasrek dat we zochten nog op voorraad; in Oosterhout was het uitverkocht. Even op en neer, en dan weer op tijd terug in Waalwijk voor de wedstrijd.
Toen ik daar bij de verkeerslichten op de Orthenseweg rechtsaf sloeg, kwam het allemaal weer boven. Een plek waar ik vanaf het midden van de jaren zeventig heel wat uren en soms ook lange dagen heb doorgebracht: de bowling aan het Werfpad. Een gebouw met hele specifieke rechthoekige vormen met in het midden de ingang van de bowling.

Ik zie het nog voor me. De trap naar de eerste verdieping, de garderobe direct aan de linkerkant en dan de bowling. Hoe vaak zou ik die trap op zijn gegaan? Voor het Jeroen Boschtoernooi, finales van Nederlandse kampioenschappen, de Nederlandse voorronde van de AMF Worldcup, Nationale Leaguedagen en kernploegdagen. We kwamen er voor stedenontmoetingen met Nijmegen en later stond ik daar als jonge gup ook zelf op de banen voor de stedenontmoeting tegen Den Bosch.
Bovenaan de trap stond tijdens toernooien vaak die man met zijn grijze haren en strenge blik. Zijn naam wilde mij vandaag eerst niet te binnen schieten, maar die ogen was ik niet vergeten. Eén blik en wij wisten dat we wat rustiger moesten doen. Veel woorden had hij daar volgens mij niet voor nodig. Arnold van der Dungen, als ik het mij goed herinner. Nu komt zijn naam toch weer boven.
Ach, wat heb ik daar veel tijd doorgebracht. Ook buiten de bowling. Aan de rand van het water, met het zicht op Koudijs. Rond het gebouw, waar je moest uitkijken voor de brandnetels. Of even de brug over om bij de Citadel te gaan kijken. Het hoorde allemaal bij die lange dagen aan het Werfpad. Ook waren er die plekjes waar ik mij even kon terugtrekken en even kon slapen met mijn jas onder mijn hoofd, zowel in de garderobe als in de bowling.
En dan die keer dat opa Adé in Indonesië was en wij tijdelijk zijn Audi hadden en daarmee naar Den Bosch waren gekomen. Ik sloot de auto af, met de sleutels er nog in. Ook zo’n herinnering die blijkbaar gewoon blijft zitten. Hoe we dat uiteindelijk hebben opgelost, moet ik nog eens goed terughalen. Oh ja, de ANWB had de auto zo open… Gelukkig maar, want ik voelde mij heel erg schuldig.
Een andere keer zat ik in onze auto naar Langs de Lijn te luisteren. ONS ALLER AJAX speelde uit bij Excelsior en had aan een gelijkspel genoeg om kampioen te worden. Het werd 2-2. Terwijl er binnen werd gebowld, zat ik buiten bij de radio. Sommige dingen hadden ook toen al voorrang!
Jaren later, in de eerste jaren van deze eeuw, kwam ik Arnold van den Dungen weer tegen. Wij speelden allebei in de leagues in de Maaspoort en moesten ook regelmatig tegen elkaar bowlen. De jonge gup van het Werfpad was ondertussen zelf ook een stukje ouder geworden en als ik de oude tijd weer eens aanhaalde dan moest hij breeduit lachen.
Vandaag kwam dat allemaal weer even terug. De trap, de garderobe, de banen. Het water, Koudijs en opa’s Audi en niet te vergeten, Arnold van den Dungen. Herinneringen die ik al jaren niet meer zo bij elkaar had gehad.
Ik kwam voor de Gamma, maar in gedachten was ik de trap alweer op.
