De dag waarvan je weet dat hij komt, maar waarvoor je nooit klaar bent

Vandaag was de dag waarvan je wekenlang weet dat hij eraan komt, maar waarvoor je eigenlijk nooit klaar bent.

De afgelopen maanden draaide alles om Ma. Eerst de zorg, daarna het afscheid nemen en de afgelopen week om alle voorbereidingen voor vandaag. Er moest nog zoveel geregeld worden. Het volgen van de tradities. Jammer genoeg niet alle tradities, waardoor er ook verdriet was. Foto’s uitzoeken. Muziek kiezen. De bloemen. De laatste details van de plechtigheid. Steeds opnieuw dacht ik: als het maar goed is. Niet voor ons, maar voor haar. Ze verdiende een afscheid dat recht deed aan wie ze was.

En toen brak die dag aan.

Vanmorgen liep ik de aula binnen met een dubbel gevoel. Innerlijk verdriet, omdat dit het definitieve afscheid van Ma zou zijn. Maar ook rust. Alles was geregeld. Alles was voorbereid. Nu hoefden we alleen nog maar afscheid te nemen.

Als gezin hadden we ervoor gezorgd dat Ma er prachtig bij lag. De Molukse vlag mooi over de kist gedrapeerd en het hart van bloemen van kinderen en kleinkinderen op het hoofdstuk van de kist. Precies zoals wij haar wilden herinneren. De dienst, geleid door domina Lien, de mooie woorden van Antonie en het lied Iring Dikau Saja, gezongen door de Hosana Singers, vormden een waardige opening en waardig hoogtepunt van de plechtigheid en brachten ons langzaam naar het moment waarop wij als familie zelf het woord zouden nemen.

Toen ik naar voren liep om te spreken, voelde ik pas echt hoe bijzonder dat moment was. Ik keek de zaal rond en zag mijn families, de nazaten van de Pascoal-Lisapaly’s, de nazaten van de Israëls van Djokja, vele vrienden, collega’s, oud-pupillen, bowlers en mensen die Ma op heel verschillende manieren hadden gekend. Iedereen droeg zijn eigen herinneringen met zich mee. Voor de één was zij de wereldkampioen. Voor een ander de bondscoach, de verpleegkundige, de collega, de vriendin of gewoon Omi.

Voor mij was zij gewoon mijn Ma, de schoonmoeder van mijn Angela en de Omi van mijn knappe en stoere zoon David.

Daarom wilde ik vandaag niet haar hele levensverhaal vertellen. Dat kan ook helemaal niet. Een mensenleven laat zich niet samenvatten in een kwartier. Ik wilde vertellen hoe ík haar heb gekend. Over de vrouw die haar hele leven mensen heeft gedragen. Niet alleen als verpleegkundige, trainer of coach, maar vooral als mens. Ze keek nooit eerst naar wat iemand kon. Ze keek eerst naar wie iemand was.

Terwijl ik mijn verhaal vertelde, kwam één herinnering steeds weer terug. Als klein jongetje wilde ik vroeger weleens niet meer verder lopen. Zonder te mopperen tilde Ma mij dan op en droeg ze me verder. Pas vorige week besefte ik hoe bijzonder dat eigenlijk was. Te midden van de mensen die van haar hielden mocht ik haar, na haar overlijden, voor de laatste keer dragen. Van haar bed naar de brancard. Van haar huis naar de auto. Op dat moment voelde het alsof de cirkel rond was. De vrouw die haar hele leven anderen had gedragen, werd nu door mij gedragen. Met liefde, respect en diepe dankbaarheid.

Aan het einde van de plechtigheid nam ik het woord om iedereen te bedanken. Niet omdat dat bij een uitvaart hoort, maar omdat het oprecht zo voelde. De afgelopen weken zijn wij gedragen door zoveel mensen. Door familie die er dag en nacht voor ons was. Door vrienden die langskwamen of een bericht stuurden. Door de bowlingwereld, uit Nederland en ver daarbuiten. Door collega’s, buren en kennissen. En ook door iedereen die vandaag via de livestream met ons verbonden was. Sommigen zaten duizenden kilometers verderop, maar voelden vandaag toch dichtbij. Dat heeft ons ongelooflijk veel goed gedaan.

Wat mij misschien nog wel het meest heeft geraakt, gebeurde na afloop bij de ingang van de Toma. Ik kwam nauwelijks verder naar binnen, omdat zoveel mensen even met mij wilden praten. Steeds opnieuw hoorde ik mooie verhalen over mijn moeder. Sommige kende ik al, andere hoorde ik voor het eerst. Opvallend genoeg gingen die verhalen bijna nooit over de prijzen die Ma had gewonnen of de onderscheidingen die zij had gekregen. Ze gingen over vertrouwen. Over aandacht. Over iemand die weer in zichzelf ging geloven. Over een vrouw die niet alleen betere bowlers maakte, maar vooral betere mensen. Het bevestigde precies wat ik de afgelopen weken al had gelezen in de kaarten en berichten uit Nederland en uit alle delen van de wereld. Haar grootste prestatie was nooit een titel. Haar grootste prestatie was de manier waarop zij mensen wist te raken. Dat hoorde ik vandaag opnieuw, van haar meiden, haar jongens en van al die anderen die door haar op of rond de bowlingbaan zijn begeleid.

Het was mooi. Ontzettend mooi.

Voordat iedereen naar huis ging, heb ik nog één keer iedereen bedankt. Mijn familie, voor alles wat zij de afgelopen weken voor Ma en voor ons hebben gedaan. Mijn nicht Kika in het bijzonder. Zij is naast mijn lieve Angela de steun en toeverlaat en Kika en ik heb een mooie bijzondere band, waarin we lief en leed delen. Zo ook mijn lieve tante Julia, waarmee ik iedere dag wel contact heb. Gewoon omdat wij er voor elkaar zijn. Iedereen die aanwezig was, omdat zij speciaal voor Ma waren gekomen. En natuurlijk iedereen die via de livestream afscheid heeft genomen. Ik heb iedereen een veilige thuisreis gewenst.

Maar eerst had ik nog één ding voor Ma te doen.

De bloemen van onze familie kregen een nieuwe bestemming. We brachten ze naar de graven van Opa Adé, Oma Bats en Ome Piet. De bloemen die een paar uur eerder nog op en naast de kist van Ma hadden gestaan in de aula op de Seterse Hei, brachten nu ook kleur bij hen. Dat voelde goed. Alsof ook dat cirkeltje rond was.

Met z’n drieën – Angela, David en ik – reden we, nadat we eerst bij tante Betty de Molukse vlag hadden teruggebracht, naar de Grote Markt. Even alleen wij drieën. Even geen plechtigheid. Even geen bezoekers. Alleen ons gezin. Een rondje Mojito (David), Liefmans (Angela) en een Kriek (voor mijzelf) om te proosten op het leven van Omi. Daarna nog een rondje om te proosten op onszelf. Wij drie samen die deze weken closer dan ooit samen hebben beleefd. Nog even een hapje, maar de vermoeidheid sloeg steeds meer toe. Wij waren op. De rollercoaster kwam bijna het station binnen en de rocky ride was bijna over.

Voor het eerst in lange tijd hoeft er niets meer geregeld te worden. Geen telefoontjes. Geen afspraken. Geen lijstjes die afgewerkt moeten worden.
Alleen de stilte blijft over.
En het besef dat een heel bijzondere periode is afgesloten.

Tocb nog even terug naar mijn speech wat ik ook wil gebruiken voor het einde van deze blog…

In mijn speech eindigde ik met het Molukse woord gandong. Een woord dat veel verder gaat dan familie alleen. Het staat voor een verbondenheid die niet eindigt wanneer iemand overlijdt. Een band die blijft bestaan, ongeacht tijd of afstand.

Dat gevoel neem ik vandaag mee naar huis.

Selamat jalan, Ma.

Selamat jalan, Gandong.

Tot we elkaar weer zien.

Je grote, stoere zoon, Hermann-Otto aka HOI, H-O en nog veel meer.