Waarom ik stem voor Moluks eerherstel als Motie van het Jaar

  • Mijn blog
  • 4 minuten gelezen

Sommige moties gaan over politiek. Over partijen, meerderheden, debatten en uiteindelijk een stemming in de Tweede Kamer.
En soms gaat een motie ineens over je eigen familie.

Op 18 juni 2026 diende Tweede Kamerlid Don Ceder samen met andere Kamerleden een motie in over de Molukse gemeenschap in Nederland. De motie vraagt om onafhankelijk onderzoek naar het verleden én de toekomst van Molukkers in Nederland en om te onderzoeken hoe op gepaste wijze recht kan worden gedaan aan de Molukse gemeenschap.

Voor mij zijn dat geen afstandelijke woorden. Als ik lees over de eerste generatie Molukkers die naar Nederland kwam, lees ik namelijk ook een stukje van de geschiedenis van mijn eigen familie.

Mijn opa en oma kwamen vanuit Nederlands-Indië uiteindelijk naar Nederland. Mijn opa had als Molukse militair gediend in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL. Zoals zoveel Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen kwamen zij in een situatie terecht waarvoor zij zelf nauwelijks hadden gekozen.

Terugkeren naar de Molukken was op dat moment niet mogelijk. Nederland besloot de militairen en hun gezinnen naar Nederland over te brengen. Een verblijf dat tijdelijk zou zijn. Het werd permanent.

Eenmaal in Nederland volgde voor veel Molukse militairen opnieuw een klap. Mannen die Nederland als militair hadden gediend, werden na aankomst uit militaire dienst ontslagen. Gezinnen werden ondergebracht in woonoorden, waaronder voormalige kampen uit de oorlog. De omstandigheden waren vaak slecht en de mensen die dachten tijdelijk in Nederland te verblijven, moesten uiteindelijk hier een compleet nieuw bestaan zien op te bouwen.

Dat verhaal staat in geschiedenisboeken.
Maar het zit ook in families.
Ook in die van mij.

Mijn onlangs overleden moeder werd geboren op Ambon. De reis van mijn familie liep uiteindelijk via Ambon, Biak en Java naar Nederland. Met de Castel Bianco kwamen zij hier terecht. Daarna volgden onder meer het woonoord Beugelen bij Staphorst, Vught en Kruiningen, voordat de familie uiteindelijk in Breda terechtkwam.

Daarom raakt de discussie over Moluks eerherstel mij.

Niet omdat ik Nederland vandaag verantwoordelijk wil houden voor alles wat bijna tachtig jaar geleden is gebeurd. Niet omdat ik met een beschuldigende vinger naar de huidige generatie Nederlanders wil wijzen. En ook niet omdat geschiedenis achteraf eenvoudig te beoordelen zou zijn. Maar wel omdat een land zijn eigen geschiedenis onder ogen moet durven zien.

Op 21 juni 2026 was ik samen met mijn tante Julia bij de Lloydkade in Rotterdam. Een bijzondere plek, omdat juist Rotterdam voor zoveel Molukse families verbonden is met de aankomst in Nederland. Daar bood de Nederlandse regering excuses aan voor de manier waarop de eerste generatie Molukkers in Nederland is behandeld.

Dat was belangrijk.
Maar excuses zijn wat mij betreft niet automatisch het einde van een verhaal.
Soms zijn ze juist het begin.

Want wat is er precies gebeurd met de Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen? Welke besluiten zijn destijds genomen? Welke beloften zijn gedaan? Waarom werden keuzes gemaakt zoals ze werden gemaakt? Wat waren daarvan de gevolgen voor de eerste generatie? En misschien nog belangrijker: wat daarvan werkt door in de tweede, derde en inmiddels vierde generatie?

Daarom vind ik de motie van Ceder c.s. belangrijk.

Een onafhankelijk onderzoek verandert het verleden niet. Mijn opa en oma krijgen hun verloren jaren er niet mee terug. Mijn moeder krijgt haar jeugd niet opnieuw. De eerste generatie die inmiddels grotendeels is overleden, zal de uitkomsten vaak niet eens meer meemaken.

Maar we kunnen er wél voor zorgen dat hun verhaal niet verdwijnt.
Eerherstel betekent voor mij daarom niet dat we met de kennis van vandaag iedereen uit het verleden moeten veroordelen.
Het betekent erkennen.
Onderzoeken.
Luisteren.
Vastleggen wat er werkelijk is gebeurd.
En vervolgens als Nederlandse samenleving durven zeggen: dit is óók onze geschiedenis.
Niet alleen Molukse geschiedenis.
Nederlandse geschiedenis.

Ik behoor inmiddels tot een volgende generatie. Mijn zoon weer tot de generatie na mij. Juist daarom vind ik het belangrijk dat hij later niet alleen van mij hoeft te horen wat zijn overgrootouders en grootmoeder hebben meegemaakt. Hij moet die geschiedenis ook terug kunnen vinden in het verhaal dat Nederland over zichzelf vertelt.

Met de mooie kanten.
Maar ook met de zwarte bladzijden.
Misschien is dat voor mij uiteindelijk wel de belangrijkste reden om deze motie te steunen.

Niet om oude wonden opnieuw open te halen.
Maar om te voorkomen dat we ze afdekken voordat we werkelijk hebben onderzocht hoe diep ze waren.

Op 21 juni werd een belangrijke stap gezet met de excuses aan de eerste generatie Molukkers.
Nu moeten we ook de volgende stap durven zetten.

Daarom krijgt ‘Steun voor Moluks eerherstel’ mijn stem als Motie van het Jaar.

Voor mijn opa en oma.
Voor mijn moeder.
Voor mijn ooms
Voor mijn tantes.

Voor alle Molukse families die hun eigen versie van deze geschiedenis met zich meedragen.

Maar vooral voor de generaties die na ons komen.
Zodat zij weten waar ze vandaan komen.
En zodat Nederland nooit vergeet hoe zij hier terechtkwamen.