Al zo’n twintig jaar heb ik seizoenkaarten bij de mooiste club van Nederland: AFC Ajax Amsterdam.
Daarvoor kwam ik er ook al vaak genoeg. In de tijd dat je voor een kaartje nog gewoon naar de sigarettenboer ging of bij de Free Record Shop naar binnen liep. Geen app, geen digitale wachtrij, geen gedoe met accounts. Gewoon een kaartje kopen en naar Amsterdam.
Maar uiteindelijk werden de losse kaartjes vaste plekken.
Vakkie 430. Rij 23. Stoelen 325 en 326.
En zonder dat we het toen konden weten, begon daar niet alleen een lange reeks wedstrijden van Ajax, maar ook een vriendschap die inmiddels al bijna net zo lang meegaat.
Bij de eerste wedstrijd van het seizoen maakten we kennis met onze nieuwe buurmannen. Vader en zoon Meijer uit Uithoorn. Menno was toen nog een jonge gast. David was nog niet geboren en meestal ging Angela met mij mee naar de wedstrijden van ons aller Ajax. Soms zat er iemand anders op stoel 326. Een vriend, een goede bekende, iemand die een keer mee wilde naar Ajax.
Maar naast ons zaten Menno en zijn vader.
Wedstrijd na wedstrijd. Seizoen na seizoen.
Je kent dat misschien wel als je jarenlang een seizoenkaart op dezelfde plek hebt. In het begin groet je elkaar. Daarna maak je een praatje. Vervolgens bespreek je de opstelling, de trainer en die rechtsback die er volgens iedereen werkelijk helemaal niets van kan. En voor je het weet weet je ook wat er buiten het voetbal in elkaars leven speelt.
Zo hebben we Menno eigenlijk zien opgroeien op rij 23.
En later gebeurde hetzelfde met David.
Toen David oud genoeg was om mee te gaan naar Ajax, veranderde er opnieuw iets. Het leeftijdsverschil tussen Menno en David was er natuurlijk, maar Ajax overbrugde dat gemakkelijk. De band werd steeds sterker en inmiddels hebben die twee ook buiten de wedstrijden regelmatig contact.

Voor zijn achttiende verjaardag kreeg David van Menno zelfs een prachtig Ajaxshirt.
Zoiets zegt mij misschien nog wel meer dan het shirt zelf.
Er kwam helaas ook een moment waarop alles anders werd.
We moesten afscheid nemen van Menno’s vader.
Ook hij kon de strijd tegen die vreselijke ziekte uiteindelijk niet winnen.
Iemand die jarenlang gewoon bij het vaste beeld hoorde, was er ineens niet meer.

Daarna hebben we op zijn plek heel wat verschillende gezichten voorbij zien komen. Vrienden van Menno, een van zijn Belgische maten en zelfs zijn moeder heeft een keer naast hem gezeten.
Uiteindelijk werd Jeroen de vaste klant op rij 23, stoel 323.
En zo bestaat ons vaste clubje de laatste jaren vooral uit Jeroen, Menno, David en mij.
Vier mannen op rij 23.
En Ajax.
Altijd Ajax.
In al die jaren hebben we nogal wat voorbij zien komen.
Fantastische wedstrijden, waardeloze wedstrijden, kampioenschappen en seizoenen waarvan je achteraf nog steeds niet begrijpt wat je in hemelsnaam hebt zitten bekijken.
We hebben Ajax groot zien zijn en klein zien worden.
We stonden er op 15 mei 2011.
De verjaardag van Frank de Boer.
De wedstrijd tegen FC Twente.
De doelpunten van Siem de Jong.
Een kolkende ArenA waarin je elkaar soms nauwelijks meer kon verstaan.En uiteindelijk die beloning waar we zeven jaar op hadden gewacht:
De dertigste landstitel en drie gouden sterren op onze borst.
Zo’n dag vergeet je nooit meer.
We waren er ook in de jaren daarna. Bij de Europese avonden waarop Ajax liet zien dat het nog steeds Ajax was. Zoals die heerlijke wedstrijden tegen Olympique Lyon in de Europa League.
En natuurlijk het seizoen onder Erik ten Hag waarin we opeens weer tussen de allergrootsten van Europa stonden. Real Madrid eruit. Juventus eruit. En toen die halve finale tegen Tottenham Hotspur.
We weten allemaal hoe die eindigde.
Daar hoeven we het verder niet over te hebben.
Maar ook dát hebben we samen meegemaakt.
Net als de mindere jaren. De trainers die kwamen en gingen, spelers waarvan we dachten dat ze de nieuwe grote man zouden worden en die een jaar later alweer verdwenen waren, bestuurlijke ellende en voetbal waar je soms werkelijk niet naar kon kijken.
En afgelopen seizoen waren we zelfs blij dat we ons uiteindelijk nog mochten melden in de voorronde van de Conference League.
Het kan verkeren in Amsterdam.
Maar hoe goed of slecht Ajax ook was: op rij 23 kwamen we elkaar weer tegen.
Het bijzondere is dat onze band allang niet meer ophoudt zodra we de Johan Cruijff ArenA uitlopen.
Menno zagen we door de jaren heen ook buiten het voetbal.
Een biertje in Breda. Een sateetje in Oosterhout. Of, zoals afgelopen zondag, samen bij St. James’s Gate op het Rembrandtplein in Amsterdam.
Hij was erbij op de verjaardag van David.
Maar hij was er ook toen het leven even helemaal niet over voetbal ging.
Bij de uitvaart van mijn moeder.
Juist op zulke momenten besef je dat iemand die ooit toevallig op de stoel naast je terechtkwam, allang geen ‘buurman in het stadion’ meer is.
Daarvoor hebben we te veel met elkaar meegemaakt.

Stoelen 323 tot en met 326
Misschien is dat wel een van de mooie dingen van voetbal.
Natuurlijk gaat het om Ajax.
Om de spanning wanneer je vanaf de roltrap richting vakkie 430 loopt. Om het eerste zicht op het veld. Om samen juichen na een doelpunt. Om schelden als het weer eens nergens op lijkt. Om kampioenschappen vieren en soms compleet gedesillusioneerd naar huis rijden.
Maar uiteindelijk gaat voetbal ook over mensen.
Over mijn moeder heb ik de laatste tijd veel geschreven. Over familie, vriendschap, verlies en herinneringen. En misschien hoort dit verhaal daar eigenlijk gewoon tussen. Want bijna twintig jaar geleden kregen Angela en ik twee stoelen toegewezen op vakkie 430, rij 23. Naast ons zaten een vader en zijn jonge zoon uit Uithoorn. Niemand die daar verder over nadacht.
Inmiddels is David achttien en volwassen. Menno is er volwassen geworden. Zijn vader is er helaas niet meer. Angela heeft haar stoel steeds vaker afgestaan aan David. Jeroen heeft zijn vaste plek gevonden op stoel 323.
En ik?
Ik zit nog altijd op rij 23, stoel 326.
Met mensen die ooit vreemden waren, vervolgens stadionburen werden en uiteindelijk vrienden.
Samen hebben we Ajax zien winnen, verliezen, kampioen zien worden en af en toe volledig de weg kwijt zien raken. En zolang het kan, blijven we dat doen.
Jeroen, Menno, David en ik.
Vakkie 430. Rij 23. Stoelen 323 tot en met 326.
Hopelijk nog heel veel jaren.
Bij ons aller Ajax.
